knipn

Vaak begint een bevalling met onregelmatige, korte weeën. Veel vrouwen omschrijven dit als een menstruatieachtige pijn in de onderbuik. Deze eerste weeën zorgen niet voor ontsluiting maar laten de baarmoedermond verweken (zachter worden) en verstrijken (korter worden). Het wachten is tot deze latente fase overgaat in de actieve fase. Dat is de fase van de bevalling waarin de weeën met regelmaat komen, binnen de vijf minuten en sterker worden. De weeën in de latente fase zijn nog goed op te vangen.

Wanneer je in de actieve fase van je bevalling zit, zal de ontsluiting gemiddeld een centimeter per uur vorderen. Deze ontsluitingsweeën zijn vaak moeilijker op te vangen. Het is belangrijk om in een weeënpauze te ontspannen. Vaak kan een douche of een kruik ook helpen om te ontspannen.

Wanneer je 10 cm ontsluiting hebt, heb je volkomen ontsluiting en als je dan persdrang voelt, is de uitdrijvingsfase begonnen. Deze fase duurt, wanneer je je eerste kindje krijgt, gemiddeld anderhalf uur. Wanneer de conditie van je kind het toelaat mag je bevallen in de houding die jij het prettigst vindt. Dit kan in rug- of zijligging op het bed, op de kruk of in bad.

Tijdens de hele bevalling, maar vooral tijdens het persen houden wij de conditie van je kindje goed in de gaten door naar de hartslag te luisteren. Natuurlijk houden wij ook jouw conditie in de gaten. Wanneer er zich een complicatie voordoet, zal de verloskundige je verwijzen naar de gynaecoloog.

Als jullie kindje is geboren, moet de placenta ook nog geboren worden. Dat wordt het nageboortetijdperk genoemd. We houden dan goed het bloedverlies in de gaten en de contractie van je baarmoeder. Dit tijdperk mag maximaal 45 minuten duren.